Dag mijn (lieve) Draak

Dag mijn (lieve) draak.

Niet meer gedacht, niet meer verwacht, niet meer durven dromen dat ik deze brief nog ooit aan jou zal kunnen schrijven. Niet meer gedacht, niet meer verwacht, niet meer durven dromen dat ik ooit afscheid van jou kon gaan nemen. Wel heb ik altijd de hoop gehad, diep van binnen, heel diep van binnen was er altijd een sprankje, een sprankje hoop. Een stemmetje van een klein meisje wat mij vertelde dat ik wel sterk genoeg was en dat ik jou, mijn draak, niet nodig had. Een stemmetje wat mij vertelde dat ik het leven wel aan kon, dat het leven niet eng was, een klein stemmetje, een stemmetje die af en toe kwam oplichten. Een stemmetje die af en toe heel voorzichtig tegen jouw boze woorden in durfde te gaan. Een heel onschuldig en lief klein zacht stemmetje.

 

Hier heb ik mij aan vast gehouden, aan dat lieve kleine zachte stemmetje. In de nachten dat jij tegen mij te keer ging, in de nachten dat ik niet mocht slapen van jou omdat ik volgens jou te veel had gegeten en te weinig had bewogen. In de nachten dat de paniekaanvallen de overhand namen en ik mijn handen kapot sloeg. In de nachten dat ik huilend in bed lag, ook in deze nachten hield mij vast aan dat lieve kleine zachte stemmetje.

 

Dit was niet makkelijk, dit was zwaar. Loodzwaar. Elke ochtend moest ik mijzelf weer bij elkaar rapen, mijn ogen stonden dik en rood in mijn hoofd maar het was weer dag, het was weer licht. Het was weer een nieuwe dag, een nieuwe dag om dit loodzware gevecht aan te gaan. Ik was moe, maar door het lieve kleine zachte stemmetje nooit moe genoeg. Dat lieve kleine zachte stemmetje gaf mij hoop. Hoop om de aankomende nacht ook weer door te komen, die verschrikkelijke duistere enge nachten. Een stemmetje wat mij altijd vertelde: ‘’Denise, geef niet op, het wordt vanzelf weer licht en dan ben je niet meer alleen.’’ En mijn lieve draak, het spijt mij om dit tegen jou te zeggen nu, maar het lieve kleine zachte stemmetje werd steeds sterker, toen ik op de weegschaal ging staan en ik zag dat ik aangekomen was, barstte ik in tranen uit, maar er was een verschil met eerder, ik heb even keihard gehuild maar gelijk pakte ik de draad weer op, ik maakte mijn ontbijt en at dit op. Dit omdat ik wist dat dit nodig is om te herstellen en gezond te zijn, dit omdat ik wist dat ik dit diep van binnen zelf ook graag wilde. Ik begon in mij zelf te geloven, ik begon de waarde van het leven weer in te zien, ik begon in te zien wat ik had gemist. Ik begon weer van het leven te proeven. Ik wilde dit niet langer zo, ik wilde weer leven in plaats van overleven. En dit kon ik alleen wanneer ik jou zal laten gaan. Ik heb langere tijd geloofd dat ik ook samen met jou gelukkig kon worden maar dit kan niet, samenleven met een duiveltje is geen geluk. Samenleven met iemand die jou de grond in trapt is geen geluk. Ik moest jou los gaan laten, ik moest afscheid van jou gaan nemen.

 

Mijn lieve draak, ik ga afscheid van jou nemen. Je hebt mij mijn leven afgenomen, jij hebt mij gekleineerd, jij hebt mij mijzelf laten uithongeren en mij zelf lichamelijk kapot gemaakt. Nooit was ik dun genoeg, nooit was ik mooi genoeg. Nooit was het goed genoeg, het kon altijd beter. Ik ben boos op je geweest, ontzettend boos, maar uiten kon ik het niet, ik durfde het niet, ik was zo bang. Bang voor jou, bang voor jouw woorden en voor de opdrachten die ik opgelegd kreeg. Zo bang, dat luisteren naar jou voor mij de enige optie was, want alleen dan mocht ik stil zitten of even een paar uur slapen, alleen dan had ik even rust en alleen dan was het even stil in mijn hoofd. Die paar uur slaap, het even mogen stil zitten en de stilte in mijn hoofd, dat was waar ik zo naar verlangde. Op een gegeven moment zag en voelde ik zelfs geen verschil meer tussen jou mijn draak en tussen mij zelf. Ik wist niet meer wie ik was. Was ik Denise? Of was jij, mijn draak, ook Denise?  Maar weet je lieve draak, dit klinkt vast gek voor andere mensen, ergens ben ik je ook danbkaar, jij hebt mij ook heel veel gegeven. Jij hebt mij het gevoel van veiligheid en controle gegeven over een situatie waarin ik mij zo onveilig en bang heb gevoeld. Jij gaf mij het gevoel van veiligheid, met jou durfde ik het leven weer aan, met jou aan mij zij was ik niet bang, want ik wist dat wanneer mij wat zal overkomen, jij dat niet zal laten gebeuren. In de donkerste dagen was jij er voor mij, misschien niet op de goede manier maar er was altijd iemand bij mij, nooit was ik alleen. Ook heb ik nu geleerd, nu ik jou in mijn leven heb gehad, dat je dankbaar moet zijn voor het leven, voor het leven wat je hebt. In het proces dat ik jou wilde loslaten heb ik geleerd dat goed, goed genoeg is. Ik heb geleerd dat ik mag praten, ik heb geleerd dat wat mij overkomen is niet mijn schuld is, ik heb er alles aan gedaan destijds, meer had ik niet kunnen doen. Ik heb geleerd dat perfectie niet bestaat, streven naar perfectie is onmogelijk, niemand is ooit 100% tevreden met zichzelf, dus waarom zal ik dat wel moeten zijn? Goed is goed genoeg.

 

Ik heb geleerd dat ik goed ben zoals ik ben en dat ik mij niet altijd hoef aan te passen, ik heb nee leren zeggen en ik heb geleerd dat ik voor mij zelf mag en kan opkomen. Ik heb geleerd dat ik sterker ben dan dat ik zelf denk. Ik ben in mij zelf en in mijn eigen kracht gaan geloven. Hierdoor kon ik tegen die harde, sterke, vurende stem van jou in gaan. Hoe harder jij schreeuwde, hoe harde dat kleine lieve zachte stemmetje terug begon te schreeuwen. Het kleine lieve zachte stemmetje werd steeds luider, jouw harde, sterke, vurende stem begon steeds meer te doven. Het elastiek die mij elke keer weer terugtrok naar de startstreep werd steeds zwakker, elke dag, elke dag dat ik weer terugvocht, kon ik harder rennen en elke dag kwam ik steeds een stukje verder. Tot nu, nu is de rek uit het elastiek en sta ik bij de finish.

 

Niet meer gedacht, niet meer verwacht, niet meer durven dromen maar mijn lieve draak, ik ga je verlaten. Wij gaan niet samen verder in het leven, ik ga mijn eigen leven lijden en jij de jouwe. Ik klim uit de hoge donkere toren waarin jij mij gevangen en klein hield. Ik kijk niet meer toe vanaf een raampje met donkere tralies uit deze hoge toren. Ik ga het leven lijden waar ik in die jaren van heb gedroomd, het leven zonder paniek, het leven wat ik wil, het leven waarin ik mijn eigen keuzes maak en niet jou de keuzes laat maken. Het leven waarin mijn figuur, mijn kledingmaat en het getal op de weegschaal mij niet meer beïnvloed, het leven waarin ik met vriendinnen en familie kan genieten. Een gezond en gelukkig leven. Het leven waar ik zo naar verlangd heb.

 

Mijn lieve draak, wij gaan beide ons eigen pad bewandelen. Ik wil je nogmaals bedanken voor de dingen die ik van je geleerd heb, ik durf het aan, ik ben nu sterk en groot genoeg om mijn eigen pad te kiezen.

 

Niet meer gedacht, niet meer verwacht, niet meer durven dromen maar ik ga jou nu voorgoed vaarwel zeggen. Dag mijn lieve draak, tot nooit meer ziens.

 

Denise